Media reageren op Google-beslissing met antiwesters nationalisme

De beslissing van Google is in China vooral met anti-westers nationalisme beantwoord. De Engelstalige China Daily, die Google maandag ‘de grote verliezer’ noemde, zette vrijdag de aanval in met ‘In de voorbije paar maanden heeft Google een schizofrene farce neergezet voor de hele wereld, zo van ‘ik wil weg uit China’ – ‘nee, ik meende het niet’, ‘ja, toch wel. Chinese internauten hadden niet verwacht dat de Google kwestie zou ontaarden in een politiek mijnenveld en een instrument zou worden in de handen van buitenlandse belangengroepen, een waarmee China wordt aangevallen onder het mom van internetvrijheid’. Het Volksdagblad meende zondag: ‘Het is onfair van Google om de eigen waarden en parameters op te leggen terwijl het internet in China een eigen cultuur, traditie en waarden heeft’. De algemene teneur is dat als Google vertrekt, dat geen invloed zal hebben op de groei en ontwikkeling van het Chinese internet, en op tal van sites zijn virulente aanvallen te lezen. ‘maak dat je wegkomt’, schreef de ene, terwijl een ander zei ‘vuurwerk te zullen kopen om je vertrek te vieren’(huanqiu.com). Volgens diezelfde site kan het tachtig procent van de Chinese internetgebruikers niet schelen dat Google vertrekt en zal dat geen invloed hebben op de ontwikkeling van het internet.
‘De overheid’, zo schreef politiloog Joseph Cheng van de Universiteit van Hongkong op zijn site, ‘wendt nationalisme aan om het debat over de censuur de kop in te drukken. De beschuldiging van ‘cultureel imperialisme’ is louter bedoeld om de Chinese censuur te legitimeren’.
Die ontwikkeling is al aan de gang sinds het bloedbad van Tiananmen, toen de Communistische Partij (CP) haar legitimiteit verloor door het vuur te openen op de eigen burgers en het bankroet van het socialisme niet langer te ontkennen viel. In ‘94 werd overigens officieel beslist dat het onderwijs en de media bewust het Chinese nationalisme moesten propageren onder de bevolking. ‘Dit door de leiders heruitgevonden patriottisme’, zo schrijft professor Yong Cao van de universiteit van South Illinois in ‘From communism to nationalism’ (2005), ‘verwacht van de burger dat die zich met CP identificeert. De Partij wordt daarbij voorgesteld als de belichaming van de wil van de natie en de ideologische verschillen tussen nationalisme, socialisme en communisme zijn opzettelijk weggevlakt. China’s huidige problemen vloeien in dit discours niet voort uit zijn politieke en sociale systeem maar wortelen in de negatieve houding van het Westen jegens China. Vooral de jongeren zijn daar na jaren van dergelijke propaganda zeer vatbaar voor, temeer daar dit nationalisme ook aantrekkelijke ideeën omvat.