Niet alleen voor boomers

Knack

Wed. 25 Nov. 2020

Cultuurzender Klara blaast volgende week twintig kaarsjes uit, een reden tot feest. Maar wordt dat een feestje met alleen babyboomers? En zal er over twee decennia nog iets te vieren zijn?

Klara is heel goed voor u, u kan maar beter luisteren.’ Zo luidde de slogan bij de geboorte van het nieuwe station in de Brusselse Bozar op 4 december 2000. Klara zou ‘minder saai en hermetisch’ worden, eerder ‘aangenaam en verteerbaar’. Met ook hedendaags klassiek, opera, traditionele jazz, wereldmuziek, folk en filmmuziek. En dat loonde: dagelijks stemmen 184.000 mensen op de zender af en het marktaandeel blijft stabiel. Ook de evenementen zijn een succes. Op Iedereen Klassiek kon je in pre-coronatijden op de koppen lopen, met 18.000 toeschouwers in 2019. Klara in deSingel is jaar na jaar uitverkocht. ‘Een keer zag ik een jonge vrouw voor de deur met een bordje waarop stond “Zoek Tickets”’, vertelt Klara-nethoofd Chantal Pattyn. ‘Dat zie je doorgaans alleen bij rockfestivals.’

‘Schotten opheffen en verbinden is de boodschap. De kennis van het repertoire neemt af, maar de liefde voor muziek niet. Dus bedenken we uitnodigende en soms spectaculaire formats’, zegt Pattyn. ‘Altijd met de baseline “Blijf Verwonderd” in het achterhoofd: een marathon rond filmmuziek, 20 uur podcast over Leopold II. Moet een cultuurzender zich zorgen maken over de jonge generatie? Beslist wel. Je moet altijd zoeken wat je publiek bezighoudt en hoe je het bereikt. Daarom heeft Klara ook een YouTube-kanaal en maken we een videoserie rond de modernisten. Klara is meer dan de radio.’

Als boomers verdwijnen

Kijk in musea en concertzalen: het publiek kampt er eerder met een wijkende haarlijn dan met jeugdpuistjes. ‘De huidige bloei van de culturele sector is inderdaad te danken aan de vergrijzing van de samenleving’, meent professor John Lievens (UGent), die al jaren onderzoek doet naar de cultuurparticipatie van jongeren. ‘De belangrijkste schakel zijn de babyboomers, maar die zijn over twintig jaar verdwenen. De volgende generatie is niet alleen kleiner, maar ook minder cultureel geïnteresseerd. Die afkalving zal zich doorzetten.’

‘De covidcrisis leerde ons dat cultuur alleen levensvatbaar is met genoeg geïnteresseerden’, zegt Peter Aerts, hoofd publiekswerking van het Gentse SMAK. ‘Daar maak ik me zorgen over. Vooral dan over de vraag of de maatschappij tot financiering bereid zal blijven.’

Maar waarom zijn jongeren minder kunstminnend dan de generaties die hen voorgingen? Er is natuurlijk een veel grotere concurrentie in het vrijetijdsaanbod: gamen en sociale media vullen álle vrije uren van menige tiener. Volgens Hans Waege, hoogleraar sociologie en intendant van het Belgian National Orchestra, heeft het ook te maken met het opheffen van de schotten tussen hoge en lage cultuur, een evolutie waaraan zowel filosofen, politici als kunstenaars hebben meegewerkt. Vroeger belandde het kind dat eerst blokfluit en dan piano leerde steevast op klassieke concerten, maar nu is niets nog zeker. Het jonge cultuurpubliek is er een van ontrouwe omnivoren die liever met vrienden naar een event gaan dan te investeren in een abonnement bij een huis van vertrouwen. Ze zijn digitaal georiënteerd, zetten meer in op beeldcultuur en hebben een kortere aandachtsspanne.

‘Het humanistische bildungsideaal van de jaren zestig is verdwenen’, zegt professor Waege. ‘Toen hoopten ouders nog dat hun kinderen het beter zouden krijgen, dat ze een hogere opleiding zouden genieten. Daarbij hoorde een positieve attitude tegenover de kunsten en de wens om onze omgangsvormen te “civiliseren”: kunsteducatie en -participatie als emancipatie. Dat model is weg. Cultuurbarbarij werd legitiem en alledaagse cultuur geldt als gelijkwaardig aan de hoge kunsten. Politici verklaren vandaag dat Jommeke hun vorm van literatuur is. Dat zouden ze vroeger niet hebben gedurfd. Een andere factor is de ontkerkelijking. Via de religie bereikte de klassieke muziek vroeger heel veel mensen. Denk maar aan Bach-cantates of gregoriaanse gezangen in kerken. Die link is nu doorgeknipt.’

Moeten we dat jammer vinden? Professor Peter Peters, directeur van het Maastricht Centre for the Innovation of Classical Music, vindt van wel. ‘Er zit zoveel moois in de schatkamer van de klassieke muziek, je kunt daar een heel leven mee voort. Dan is het toch tragisch als mensen de toegang niet vinden? Bovendien krijg je een vreemde paradox: steeds meer mensen hebben een streamingabonnement, goed voor 30 miljoen cd’s, en toch stagneert het aantal bezoekers van klassieke concerten.’

Volgens Peters ligt de grote uitdaging in vernieuwing. ‘Als je muzikanten uit de 19e eeuw vandaag in een concert van een symfonieorkest zou droppen, kunnen die moeiteloos volgen. Doe hetzelfde met een beeldhouwer uit 1850 in een hedendaags museum en hij weet niet wat hij ziet, hij begrijpt de opstelling noch de kunst zelf. Er gaat dus een grote conserverende kracht uit van die orkesten – heel vaak mag je niet aan de partituur komen. De dirigent legt enkele accenten, lost een paar problemen op, maar verder dan dat gaat het niet.’

‘Bovendien is de westerse canon erg dominant bij symfonieorkesten, terwijl je bij ensembles al vaker de drang tot kruisbestuiving ziet, de neiging om verbinding te zoeken met andere muzikale tradities en instrumenten. Waarom is het makkelijker om van die kruisbestuivingen te genieten? Omdat die muziek veel dichter ligt bij het leven zelf. De westerse klassieke muziek staat vaak los van de realiteit, het is kunst als doel op zich, gebracht in een akoestisch perfecte context. Die benadering stamt uit de romantiek. Orkesten moeten zich juist afvragen: waarom breng ik deze muziek hier en nu? Alleen omdat Mahler zo’n groot componist is? Totaal niet.’

‘Fundamenteel moet je bewijzen dat klassieke muziek geen ver-van-mijn-bedshow is’, meent Jeroen Vanacker, artistiek directeur van het Brugse Concertgebouw. ‘Denk aan het Chineke! Orchestra. Dat creëerde in opdracht van het Londense Southbank Centre een werk rond het iconische beeld van Patrick Hutchinson, de stoere zwarte man die een gewonde blanke racist op zijn rug in veiligheid bracht tijdens de Black Lives Matter-protesten van juni. Dat is een geslaagd voorbeeld van hoe een klassiek orkest zijn vlag kan zetten op een hedendaags thema.’

Freddy Breck

Als je zoals ik bent opgegroeid met Freddy Breck, dan is de weg naar de Munt of de Elisabethzaal lang. Al te lang. Dat de Duitse schlagerzanger de mosterd ging halen bij Verdi en Tchaikovsky maakt geen verschil. Als tiener ontwikkelde ik een voorliefde voor wat mijn moeder ‘tsjingeltsjangel’ noemde en tussen mij en de klassieke muziek kwam het niet goed. Ik ben geen uitzondering. Lees er de studies op na: de thuissituatie is bepalend voor de cultuurparticipatie van jongeren. Houden pa en ma van opera, dan is de kans dat hun kroost er pap van lust vier tot vijf keer groter.

De weg naar het museum vond ik wél, dankzij de leraar van de kunstacademie waar ik jarenlang alle vrijdagavonden en zaterdagmiddagen zoek maakte. Met hem gingen we naar Monets huis in Giverny en naar het SMAK van Jan Hoet. Ontdekking eerst, en dan herkenning en vertrouwdheid. Dáár gaat het over. Ik moest daaraan terugdenken, toen ik onlangs een tiener met een migratieachtergrond meetroonde naar een expo. ‘Ik wist niet’, zei hij na afloop, ‘dat het ook voor ons soort mensen was.’

De academie, de school, ze maken absoluut het verschil. Ook dat staat in alle studies en toch gaat het de foute kant op. Jos Maes geeft al 36 jaar les en zag het aanbod aan kunstvakken stelselmatig dalen. ‘In geen enkel OESO-land hebben 12- tot 14-jarigen zo weinig kunsteducatie als in Vlaanderen.

Eerst gingen de vakken in het beroeps- en technisch onderwijs op de schop, en daar werd niet eens heftig op gereageerd. De impact is nochtans gigantisch. Als de school geen kunst meer aanbiedt, komen die leerlingen er helemaal niet mee in aanraking. Op de muziekscholen en academies mogen 100.000 kinderen en jongeren zitten, naar leerlingen uit bso en tso is het zoeken met een vergrootglas. ‘Als je bedenkt dat de meerderheid van de leraren kleuteronderwijs nu uit bso- en tso-richtingen komt, besef je hoe verstrekkend de gevolgen zijn’, zegt Jos Maes. ‘Het manco wordt evenmin opgevangen in de lerarenopleiding. Hoe kan een leraar liefde voor kunst bijbrengen, als hij of zij daar zelf geen kaas van heeft gegeten?’

Er is eenzelfde neerwaartse tendens in het algemeen secundair onderwijs. Midden september trokken 2000 leraren esthetica en muzikale of plastische opvoeding in het katholiek onderwijs aan de alarmbel. Hun Facebookgroep ‘Neen tegen nog minder artistieke vakken in het secundair!’ heeft onderhand 7300 leden. Zij stelden vast dat hun keuzevakken verdwenen waren uit de voorlopige lessentabellen voor volgend jaar. In de plaats daarvan komt de verplichte ‘Maatschappelijke, Economische en Artistieke Vorming’, met zes keer minder lesuren.

‘Cultuur is geen uitdrukkelijke eindterm. Dat is het probleem’, meent Annick Schramme, hoogleraar cultuurmanagement (UAntwerpen). ‘Wat je niet expliciet nastreeft, riskeer je te verwaarlozen. Bovendien geeft een officiële erkenning juist gewicht: cultuur is belangrijk voor de menselijke vorming en gezondheid.’

Dat blijkt ook uit talloze rapporten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De grootste studie dateert van november vorig jaar en is gebaseerd op 3000 wereldwijde onderzoeken. ‘De kunsten kunnen een cruciale rol spelen in ziektepreventie’, schrijft hoofdauteur dokter Daisy Fancourt van het University College Londen.

De stiefmoederlijke behandeling van kunsteducatie wortelt volgens Schramme in de obsessie met STEM. ‘We zouden dat moeten uitbreiden tot STEAM: Science, Technology, Engineering, Arts en Mathematics.’ Heeft de publieke opinie daar in deze tijden van ongeziene crisis oren naar? Professor Waege hoopt van wel: ‘Economisch houdt het steek, daar zijn lui als Alibaba-oprichter Jack Ma, ondertussen goed voor 480 miljard dollar, al lang achter. Op het World Economic Forum in 2018 stelde hij dat het onderwijs het over een andere boeg moet gooien. Kennis staat centraal, hoewel dat net een terrein is waarop machines ons kunnen verslaan. We moeten inzetten op datgene waarmee we ons kunnen onderscheiden. Kritisch denken, teamwerk, muziek, expressie, schilderkunst. Ook in Vlaanderen groeit dat besef. Techinvesteerder Jürgen Ingels zei begin deze maand nog in een interview dat “de waarde van een werknemer veel meer wordt bepaald door zijn creativiteit dan door zijn kennis, want die kun je vaak gewoon bijeengoogelen”. Wel, de kunsten zijn het terrein bij uitstek om die creativiteit te ontwikkelen.’

Maar gebeurt dat ook? Peter Aerts is daar niet zo zeker van. ‘Kunstvakken zijn doorgaans kennisgericht, er worden papers verwacht, het gaat om punten. Wie dat allemaal niet wil of kan, valt uit de boot.’ Weg met de canon dus? Vergeten we het verschil tussen Dorische, Ionische en Corinthische zuilen, en gooien we Van Altamira tot Heden , de bijbel van het kunstonderricht uit mijn jeugd, de haard in? Jos Maes: ‘Het begrip kunst is de voorbije decennia ontzettend opgerekt, er is nu ook design, film, fotografie en mode. Het gaat bovenal om aanraken, toelichten en zin geven om kunst te exploreren en ervan te genieten. De leraar moet een ambassadeur zijn van wat zich afspeelt in de kunstwereld.’

Rubens en Ruby

Maar hoe doe je dat, jongeren goesting geven? Volgens Lievens bestaat daar geen onderzoek over. ‘Het zou interessant zijn om bijvoorbeeld gidsmethoden met elkaar te vergelijken, om te zien wat het meest aanslaat. De meeste musea hebben nu een publiekswerking vanuit het buikgevoel. Of dat werkt? Who knows ?’

Volgens Waege moeten we inzetten op innovatie, zowel van de communicatie en marketing als van het cultuurproduct zelf. Dat is voor sommige kunsttakken makkelijker dan voor andere. ‘Klassieke muziek heeft niet het voordeel van de beeldende kunst: die kan in eenzelfde expo een doek van Peter Paul Rubens en een werk van Sterling Ruby brengen. Of je als bezoeker blijft haken aan het barokke schilderij dan wel aan dat van de hedendaagse Duits-Amerikaanse kunstenaar, is dan je eigen keuze.’

‘Bovendien moeten we leren van de successen. Kijk naar de hausse in het erfgoedtoerisme, de kunststeden werden in pre-coronatijden platgelopen, iedereen moest de Mona Lisa of de Nachtwacht zien. Het is kunstmarketing ten top. Wil dat zeggen dat al die lui plots kenners zijn geworden? Geenszins. Maar steden als Amsterdam, Londen of Parijs hebben gigantische toerismebudgetten en investeren zowel in nieuwe trekpleisters als in onderhoud en modernisering van de bestaande. Ze pakken hun mooiste plekken maximaal aan, kijk naar de totale make-over van het Rijksmuseum. Zo wordt museumbezoek een weergaloze beleving in een geweldig kader, met uitzonderlijke stukken en ook een hapje en een drankje.’

Die oefening is voor de klassieke muziek nog niet gebeurd. Het kan nochtans. Neem de Philharmonie de Paris, het formidabele gebouw van architect Jean Nouvel, dat in januari 2015 openging. Vroeger was Parijs volstrekt niet de place to be, nu zit het nieuwe gebouw stampvol.

‘Ook het format is van groot belang’, zegt Waege. ‘Hoe kun je jongeren een verplicht programma van 3 à 4 uur voorschotelen? Je kunt dat aanpakken als een rockfestival, en delen van symfonieën brengen, naast aria’s en andere stukken, waarbij de jongelui binnen en buiten kunnen lopen. We moeten af van het idee dat kunst inspanning of studie vergt. Laat het alsjeblieft gewoon fijn zijn.’

Kennen jongeren het cultuuraanbod? Volgens Aerts bestaan cultuurhuizen alleen als ze gezien worden, maar ontbreekt het hen aan communicatiemiddelen. ‘Sinds 2018 richten we op Pukkelpop Art United in, een samenwerking van tien musea die jongeren buiten de museummuren in contact wil brengen met kunst en beeldcultuur. Ook verkennen we Instagram. Maar wie bereiken we dan? Zij die zelf kunstenaar hopen te worden?’

Simon Vermeulen is redacteur van nws.nws.nws, het VRT-nieuwskanaal op Instagram, dat 100.000 volgers heeft. Het brengt acht items per dag, maar aan cultuur of sport wordt zelden gedaan. Precies daarom vindt Vermeulen een cultuurkanaal een gat in de markt. ‘Om jongeren te bereiken moet je je verplaatsen in hun hoofd en gaan waar zij zitten, op Instagram of TikTok dus. Bij die laatste app krijg je filmpjes van 10, hooguit 15 seconden. Het komt erop aan hen bij de lurven te vatten, een wortel voor hun neus te laten bengelen, die hen laat doorklikken.’ Zijn jongeren nu oppervlakkiger dan vroeger? ‘Ach, tieners zullen altijd tieners zijn, verwacht geen behoefte aan diepe kennis. Maar ze zijn wél echt nieuwsgierig. Dat is hoopgevend, toch?’