Protesten in Iran gaan onverminderd voort: ‘Onze woede is sterker dan onze vrees’

Tekende de Iraanse Islamitische Republiek haar eigen doodsvonnis met de dood van een jonge studente in een politiecel midden september? De protesten die volgden, zetten het regime op losse schroeven.

De Iraanse herfst van 2022 kleurt oranje en rood – van zwaailichten en onschuldig bloed, het ordewoord is revolutie. De inzet van die revolutie zit in het liedje Baraye, gebaseerd op de vele tweets van demonstranten. Om te kunnen dansen in de straten, te zoenen in het openbaar. Voor onze zussen, de mijne en de jouwe. (…) Voor de schoolkinderen, de toekomst. Vanwege deze opgelegde hemel, de gevangen intellectuelen, de verwaarloosde Afghaanse kinderen, het is een eindeloze lijst. Vanwege de slogans over ingebeelde vijanden, de brokstukken van huizen die met corruptiegeld werden gebouwd. Voor het gevoel van zielenrust, voor burgers, land, welvaart, voor het meisje dat een jongen wil zijn. Vrouw, leven, vrijheid.

Veertig miljoen keer werd deze ballade eind september gedownload in de eerste 48 uur nadat ze op Instagram was verschenen. Schrijver-zanger Shervin Hajipour werd prompt gearresteerd, beschuldigd van ‘antiregeringspropaganda’ en ‘aanzetten tot geweld’.

Hajipour is monddood gemaakt, maar de geest is uit de fles. Hoezeer de overheid ook poogt om het internet plat te leggen en de protesten de kop in te drukken, de beelden en verhalen blijven binnenstromen. Duizenden meisjes en vrouwen verbranden publiekelijk hun verplichte sluier, in hun klassen jouwen scholieren rondreizende regeringsfunctionarissen uit. Iraanse beroemdheden spreken hun steun uit voor de manifestanten, het nationaal voetbalelftal raakt op het WK in Qatar verstrikt in een loyauteitsconflict.

Het graf van Mahsa Amini, die stierf in een politiecel omdat ze haar hoofddoek niet correct droeg, werd het eerste van vele. Honderden ongewapende burgers vonden de dood in de daaropvolgende maanden van protest, tienduizenden anderen belandden in het ziekenhuis of de cel.

Solidariteit

‘We haten het systeem’, zegt Zohra (21), een psychologiestudente uit Teheran die haast dagelijks deelneemt aan de protesten. ‘Op straat zien we ze voortdurend, de gewapende agenten van de repressie. We zijn bang voor de manier waarop ze op hun motoren zitten en hun knuppels vasthouden, van de blikken die ze ons toewerpen. Het is een uitputtingsslag. Wie haalt uiteindelijk de bovenhand?’

Aanvankelijk betwijfelde Zohra of het protest een lang leven beschoren was. ‘Waarom zouden we een kans maken? Alle vorige golven van protest werden gewelddadig onderdrukt. Maar gaandeweg beseften we dat het deze keer anders is. Niet om wat Mahsa Amini is overkomen, want de voorbije veertig jaar werden heel veel vrouwen en meisjes het slachtoffer van de moraliteitspolitie. Het verschil ligt in de burgersolidariteit – onze verenigde woede is sterker dan onze vrees. De ordehandhavers treden niet meer op tegen “ongepaste” kleren, ze beseffen dat ze niet langer vrij spel hebben. Elke keer als ze een vrouw lastigvallen, zijn er burgers die tussenbeide komen. Dat is nooit eerder gebeurd.’

Zohra beseft dat de strijd niet is gestreden. ‘Maar vroeger keert niet terug, de regering is haar macht kwijt’, zegt ze vol overtuiging. ‘Ons wacht misschien een extreme repressie, maar we denken niet aan de toekomst, wel aan de jaren van onderdrukking die we eindelijk achter ons laten.’

Versmelting

De straat als ultieme politieke arena, het is een constante in de recente Iraanse geschiedenis. In 1906 wisten jonge revolutionairen met hun massabijeenkomsten de macht van de koning in te perken en een parlement en grondwet af te dwingen. Een kleine halve eeuw later probeerden burgers met grote manifestaties een einde te maken aan de buitenlandse dominantie en in 1979 werd het huidige regime geboren uit een revolutie tegen sjah Reza Pahlavi. Ook in de voorbije decennia waren er tal van – vergeefse – pogingen om de relatie tussen burger en staat bij te vijlen.

Viel deze herfst van ongenoegen te voorspellen? En loopt het nu anders af? De Amerikaans-Iraanse Saeed Ghasseminejad sprak in 2020 al over een ‘evolutie naar revolutie’. In zijn onderzoek naar de protestgolven tussen 1999 en 2019 zag hij dat de zucht naar hervorming vanaf 2017 veranderde in een strijd voor regimewissel. Bovendien werd het interval tussen de protestgolven almaar korter. Lieten ze na 1999 nog een decennium op zich wachten, sinds 2017 volgden ze elkaar jaarlijks op. Ook de sociologische samenstelling van de protestbewegingen veranderde grondig. Het ging van een middenklasse met politieke eisen over arme medeburgers met economische grieven tot de huidige veralgemeende, landelijk gespreide onvrede.

Dat laatste blijkt ook uit de opiniepeilingen van de Iraans-Nederlandse academische stichting Gamaan. Haast driekwart van de Iraniërs is gekant tegen de verplichte hijab, 60 procent bidt niet en meer dan twee derde wil geen religieuze wetgeving, dat was in 2020 al duidelijk. Volgens de laatste peiling, uitgevoerd in februari 2022, dromen bijna negen op de tien burgers van democratie.

‘De dood van Mahsa Amini was de perfecte aanleiding voor de revolutie’, meent de Iraans-Finse politieke journalist Kambiz Ghafouri. ‘De jonge vrouw studeerde rechten, zag er heel gewoon uit, werd zonder aanleiding door de politie mishandeld en behoorde tot een gediscrimineerde, etnische minderheid – ze was Koerdisch. Ondanks de gigantische overheidsdruk weigerden haar verwanten hun mond te houden. Amini’s dood zorgde voor een schokgolf. En die zwol nog aan door de reactie van het regime: in plaats van de schuldigen prompt te straffen, kwam er een doofpotoperatie. De protesten namen toe en al gauw schoot de politie met scherp.’

In de eerste tien weken vielen er zo’n 450 doden, onder wie 60 kinderen. ‘Al die slachtoffers deden nog meer manifestaties ontstaan. Door woede, maar ook door de Iraanse traditie dat de dode met een bijeenkomst herdacht wordt op de vierde, zevende en veertigste dag van zijn overlijden.’

Sommige waarnemers verklaren de protestgolf vanuit het presidentieel gebod in juli om voortaan strikter toe te zien op de naleving van de hijab- en kuisheidswetgeving. ‘Dat was geen verstrenging’, zegt Ghafouri. ‘De kledingvoorschriften zijn sinds 1979 een ideologische pijler van het regime en dat is nooit veranderd. Als jongen van veertien werd ik gearresteerd omdat ik een T-shirt droeg en shorts zijn nog altijd verboden.’

Ook de tweedeling tussen hervormers en conservatieven in het regime is volgens Ghafouri onzin. ‘Denk je dat de moraliteitspolitie niet actief was tijdens de regering van de zogenaamd reformistische president Mohammad Khatami (1997-2005)? Of dat president Hasan Ruhani (2013-2021) geen repressief beleid voerde? Hij liet mensen ophangen omdat ze alcohol gedronken hadden, zoals de 55-jarige huisvader Morteza Jamali in 2020. Het Westen sloot gewoon de ogen voor de binnenlandse situatie, wegens de ondertekening van de nucleaire deal.’

Ghafouri gelooft evenmin dat het regime toegevingen zal doen. ‘De machthebbers herinneren zich maar al te goed hoe de sjah in november 1978 in een tv- toespraak zei dat hij “de stem van de revolutie hoorde en haar als sjah en als Iraans staatsburger goedkeurde”. En twee maanden later was hij van de macht verdreven. In het denkkader van de ayatollahs zijn toegevingen een indicatie van zwakheid, ook de Arabische Lente bewees dat. De toenmalige Egyptische president Hosni Moebarak poogde de demonstranten te paaien met de belofte dat hij geen nieuwe ambtstermijn wilde. Een paar weken later moest hij aftreden. Zijn Syrische ambtsgenoot Bashar al-Assad daarentegen, trad meedogenloos op en zit nog altijd in het zadel.’

Zal de dood van Mahsa Amini in een regimewissel uitmonden? Dat vindt Ghafouri moeilijk te voorspellen. Hij vreest dat Teheran een internationaal conflict zal uitlokken, om de aandacht af te leiden van de binnenlandse onrust. ‘Een heropstarting van het nucleaire wapenprogramma bijvoorbeeld, en dat zal Israël dan niet onbestraft laten. Of een militaire confrontatie met de Koerdische verzetsgroepen in Irak. Een buitenlandse dreiging zorgt binnenlands altijd voor gesloten rangen.’

Toch is Ghafouri voorlopig optimistisch. De demonstranten hebben troeven die zijn generatie niet had. ‘Internet en sociale media geven hen een venster op de wereld en de vrijheden die mensen elders genieten. Dankzij die tools kunnen ze elkaar vinden en hun boodschap en wedervaren met de internationale gemeenschap delen.’ Bovendien zijn de traditionele angsten weggevallen. ‘Niemand vreest nog dat de val van de Islamitische Republiek zal uitmonden in territoriale desintegratie en de onafhankelijkheidsverklaringen van Koerden en Baluchi’s. Wel integendeel, er bestaat een grote solidariteit met de etnische en religieuze minderheden. Ook het gevaar voor een Syriëscenario overtuigt niemand meer. Het is het hele volk tegen het regime en zijn trawanten.’

Weinig experts twijfelen aan die eenheid tegenover een gemeenschappelijke vijand. Zo ging het eind jaren zeventig ook, met de golf van volkswoede die de sjah onttroonde. Maar vervolgens rekenden Khomeini’s volgelingen meedogenloos af met hun voormalige medestanders, de vele tienduizenden linkse activisten die droomden van economische herverdeling in een democratisch, seculier Iran. ‘Welke politieke en economische structuren Iran straks krijgt, weten we niet. Door de vele buitenlandse politieke moorden op bevel van Teheran in de voorbije decennia zijn er nauwelijks charismatische, ervaren oppositieleiders. Toch hoor ik dat in oppositiekringen wordt gewerkt aan een overgangsraad, waarin zowel linkse als rechtse politici zitten en monarchisten evengoed vertegenwoordigd zijn als republikeinen. Zij zullen een referendum moeten voorbereiden en een voorlopige nieuwe grondwet opstellen.’

Nieuwe generatie

Lange tijd leefde Hamed Farmand (46) op het ritme van de Islamitische Revolutie. Twee van zijn ooms werden door de Islamitische Republiek geëxecuteerd, als kind van zes zag hij zijn moeder voor vijf jaar in de cel verdwijnen. Anno 2022 is Farmand kinderrechtenexpert en leidt hij in de VS een organisatie voor families van gedetineerden. Sinds september is hij dag en nacht bezig met de protesten. ‘Ik wist dat er iets zou gebeuren,’ zegt hij, ‘alleen niet wanneer en hoe. Wat mij opvalt, is dat het een gedeelde discriminatie is die nu spreekt: vrouwen, jongeren en etnische of religieuze minderheden, zij zijn de aanvoerders van deze protesten. Hun maatschappelijke positie is het allerslechtst, en dus zijn ze bereid om alles op het spel te zetten.’

Ook Farmand erkent het belang van technologie in de protesten. Maar volgens hem worden de demonstranten gedragen door al diegenen die hen voorgingen en faalden. ‘De vorige generaties konden niet zorgen voor verandering, maar de revolutie van hun hart gaven ze wél door aan hun kinderen. Het gros van mijn leeftijdsgenoten werd nog in een autoritaire, traditionele context grootgebracht, maar Generatie Z bestaat uit zonen en dochters van burgers die hun kinderen een stem gaven.

‘En vergeet ook de 3 miljoen Iraniërs niet die door de Islamitische Revolutie in golven naar Europa en Amerika werden verdreven. Dat zijn doorgaans hoogopgeleide mensen, die fundamenteel met hun vaderland begaan zijn. Zij zijn de internationale luidspreker van de demonstranten. Vele duizenden kwamen sinds eind september in alle westerse hoofdsteden op straat, ze gebruikten hun technologische skills en hun contacten om te zorgen dat de wereld bleef kijken. Voor het eerst in lange tijd geloven ze dat er echt iets zal veranderen.’

Main Source: Knack.be